Na de bevrijding bleef de Betuwe achter als een van de zwaarst getroffen gebieden van Nederland (zie kaartje). Net als in Zeeland was de schade veroorzaakt door zowel oorlogsgeweld als door (opzettelijke) overstromingen.

Nederlands Volksherstel (N.V.H.) was de belangrijkste organisatie van het maatschappelijk werk in de eerste naoorlogse jaren. Zij nam het voortouw bij de organisatie van de maatschappelijke zorg. De Stichting Nederlands Volksherstel heeft haar ontstaan te danken aan de overweldigende omvang van de problemen rond de bevrijding, waartegen geen van de bestaande sociaal-caritatieve organisaties was opgewassen, en aan de werklust en dadendrang van illegale verzorgingsgroepen. Zij verrichtten het meeste werk bij de voorbereidingen, waarna hun initiatief in gewijzigde vorm door sociaal-caritatieve instellingen werd overgenomen.

De HARK was in het najaar van 1944 kwam door gezamenlijke actie van het R.K. Huisvestingscomité, het Rode Kruis, de Bisschoppelijke Hulpactie en het Interkerkelijk Overleg tot stand gekomen.

Op 24 januari 1945 werd de Stichting HARK geïnstalleerd. Het stond los van het Rode Kruis en ging werken om eenheid te brengen in de hulpverlening aan oorlogsslachtoffers. Inzamelingsacties deden een appel op het saamhorigheidsgevoel om aan goederen en geld te komen. De HARK (450 werknemers, 10.000 vrijwilligers en duizend plaatselijke comités), verdeelde kleding, schoeisel, huisraad en huishoudelijke artikelen en was tot aan 31 mei 1947 actief.

Dat niet alles op rolletjes verliep blijkt uit de volgende passages.

“Repatriëring trof het verwijt dat het goederen aan de Betuwe gaf en niet aan Limburg. De Limburgse HARK wilde dat alles bezuiden de rivieren naar Limburg ging. Goederen uit de regio Nijmegen kwamen ten goede van de Betuwe; dat was vervoerstechnisch het gemakkelijkst en goederen afkomstig uit repatriëringcentra in het Zuiden gingen naar Noord-Limburg. Er werd voor een rechtvaardige verdeling gezorgd, hoewel dat moeilijk viel aan te tonen zolang er geen opgave van het totaal aan goederen was”.

“De verdeling van de overige goederen van Repatriëring over de HARK en de Rijksbureaux verliep door gebrek aan samenwerking al even onvoorspoedig. De nood was overal zo hoog dat nergens leniging in zicht kwam. Wat de HARK aan textiel kon verstrekken was bij lange na niet voldoende en van wat langs andere kanalen beschikbaar kwam, waren de prijzen te hoog en de bevolking te arm.

Als eerste was materiaal naar de Betuwe gegaan. De streek gaf een troosteloze aanblik: vrijwel alle huizen waren kapot, overal lagen resten huisraad, onkruid tierde welig en van de boomgaarden was niet veel meer over. De evacués waren blij weer terug te zijn, al was het in een kippenhok of schuurtje, maar de nood was enorm en bedden en keukengerei ontbraken ook hier. Elektriciteit, gas of waterleiding was nog niet hersteld.. Besloten werd ook Sociale Verbindingsgroepen naar Arnhem, Lent, Geldermalsen en Noord-Limburg te zenden evenals Bath & Laundry Units. (Het British Red Cross had deze bij vertrek overgedragen) De Sectie dirigeerde vier groepen van het Vrouwen Hulpkorps naar Arnhem, Tiel, Nijmegen en de Veluwezoom en Queen’s Messenger konvooien gingen naar Tiel en Elst. Daarbij stelde de Staf Militair Gezag zich op het standpunt dat deze diensten een aanvulling waren op plaatselijke hulpacties en niet om die over te nemen.

De HARK kwam met een adoptieplan dat behelsde dat Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel voor Gelderland, Limburg en Zeeland gingen zorgen (specifiek Friesland adopteerde de Betuwe, zie pamflet, LJS). De bedoeling was dat ‘wilde hulpverlening’ tot het verleden ging behoren en acties beter op elkaar af te stemmen.

Het adoptieplan werd verder verfijnd tot op gemeentelijk niveau. Het plan een noodlijdende gemeente te adopteren door een die minder van de oorlog te lijden had gehad, werd met enthousiasme ontvangen, maar de organisatie dreigde eronder te bezwijken. Ook deed zich het probleem voor dat adopties die reeds waren overeengekomen moeilijk konden worden teruggedraaid door een van hogerhand opgelegde actie”.

Bronnen:
“Het Circus Kruls. Militair Gezag in Nederland 1944-1946” D.C.L. Schoonoord, NIOD (2011)
Bewegende beelden:
De Betuwe” RVD (1945) 
Vijf Jaren” (De “HARK-film”) (1945)