Valburg

Conferentie van Valburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De Conferentie van Valburg besliste over het opgeven van de Operatie Market Garden door de generaals van het Britse 30e Legerkorps waarmee het doek viel voor de Slag om Arnhem, een van de beroemdste veldslagen in de Tweede Wereldoorlog. De conferentie vond plaats op zondag 24 september 1944. Dit is het ooggetuigenverslag van de Poolse officier Jerzy Dyrda.

Inleiding

Jerzy Dyrda was luitenant van de Poolse strijdkrachten en verbonden aan de Staf van de Poolse 1ste Onafhankelijke Parachutistenbrigade. In september 1944 was hij verbindingsofficier tijdens de Slag om Arnhem en adjudant van Generaal-Majoor Stanisław Sosabowski, de commandant van Poolse Brigade.

Na de Tweede Wereldoorlog gingen tienduizenden Poolse soldaten in ballingschap. Conform de afspraken van de Conferentie van Jalta viel Polen onder Sovjet Russische invloedssfeer. Het IJzeren Gordijn werd in Europa getrokken en Polen lag aan de verkeerde kant van die barrière. Terugkeer naar communistisch Polen bracht voor Poolse militairen die in het Westen tegen Nazi-Duitsland streden, groot risico met zich mee. Zie het artikel van Dr Mark Ostrowski. Desondanks ging Dyrda terug naar zijn vaderland. Zijn terugkeer naar het communistische Polen moest Jerzy Dyrda bekopen met negen jaar strafgevangenis.

Dit is zijn relaas. Dyrda geeft een gedetailleerd ooggetuigenverslag van de Valburg Conferentie op zondag 24 september 1944.

De informatie in de hiernavolgende tekst is in de "ik"-vorm, en geeft dus de ervaringen weer van één persoon. Dit zou als een -ongewenst in wikipedia- zienswijze-relaas kunnen worden beschouwd, ware het niet dat deze informatie is terug te vinden in de geschiedkundige literatuur (in het Engels en Pools) en in de loop der jaren door velen is beoordeeld op inhoudelijke juistheid.

Richting Valburg

Zondag 24 september 1944 was de achtste dag sinds het begin van de Operatie Market Garden. In de ochtend lag ik op de dijk aan de zuidoever van de Rijn bij Oosterbeek. In de voorgaande nacht hadden Poolse eenheden opnieuw geprobeerd de overkant van de rivier te bereiken. Als waarnemer onderzocht ik welke veranderingen er in onze posities waren. Vooral echter wilde ik weten of de Duitsers hun stellingen die nacht hadden veranderd. Een ordonnans bereikte me en zei: "Luitenant, u moet onmiddellijk bij de Generaal komen". Toen ik vroeg wat er aan de hand was, antwoordde de ordonnans dat er Britse generaals in Driel waren geweest voor een gesprek met onze commandant. Ik spoedde mij naar ons hoofdkwartier.

Het hoofdkwartier van de Poolse Brigade was in een boerderij. Na mijn aankomst zei Generaal Sosabowski me een stengun en een paar handgranaten te halen. We zouden direct naar Valburg gaan voor een onderhoud met Luitenant-Generaal Sir Brian Horrocks, de commandant van het 30e Legerkorps, het Britse landleger. Er kwam een Britse jeep aanrijden. De bestuurder stapte uit en vertrok naar zijn eenheid in het zuiden. Terwijl ik naar de jeep keek, herinnerde ik me de vorige dag. Toen waren Overste Mackenzie en Overste Myers van de 1st Airborne Divisie naar het Hoofdkwartier van het Britse 30e Legercorps gegaan. Bij hun vertrek kregen zij te horen dat het zonder escorte te gevaarlijk zou zijn. Daarom kregen zij twee dingoverkenners en twee pantserwagens mee. Op de terugweg verloren zij in een schermutseling met de Duitsers één pantserwagen. Ik was er niet erg gerust op, maar de gedachte dat een jeep sneller en handelbaarder is dan een pantserwagen gaf me vertrouwen.

De vaste chauffeur van Sosabowski was Sergeant Juhas. Hij was van de Genie Compagnie. Juhas werd beschouwd als een dolle chauffeur. Ik hield er niet van met hem mee te rijden. Maar dit keer was ik blij dat hij de bestuurder was. Generaal Sosabowski klom naast Juhas in de jeep. Onze Britse verbindingsofficier Overste Stevens en ik kregen een plekje achterin. In dit terrein en met het gevaar dat we liepen: Juhas werd wild. Op volle snelheid reed hij over de smalle wegen, vaak met een snelheid van meer dan 70 km per uur. Op één punt vlogen de kogels van een Duitse patrouille ons om de oren. Wij konden de greephandvatten niet loslaten om terug te schieten. Loslaten zou betekenen dat we uit de jeep zouden worden geslingerd.

Ik was verrast dat Generaal Sosabowski naar de conferentie moest komen. Generaal Horrocks had zijn orders toch immers in Driel aan Sosabowski kunnen geven. De Duitsers konden onze Brigade opnieuw aanvallen. Waarom dan de bevelhebber weghalen? Ik opperde dat de nachtelijke oversteek van de rivier nu uiteindelijk op grote schaal zou worden gepland. Steun aan de 1st Airborne Divisie was immers broodnodig. Maar Generaal Sosabowski bromde slechts een onduidelijk antwoord, en ik begreep dat mijn veronderstelling onjuist was. Ik moest me concentreren op de komende ontmoeting. Generaal Sosabowski had mij die ochtend laten halen. Voor deze conferentie had hij niet zijn adjudant Kapitein Sieczkowski gevraagd. Een man die op een Engelse universiteit had gestudeerd. Dus moet hij de redenen van de conferentie hebben gekend. Duidelijk was dat de conferentie niet gemakkelijk zou worden. Waarschijnlijk had de ochtendbespreking met Generaal Horrocks geen goede wending genomen.

Ontvangst bij de 43e Wessex Divisie

De hele weg zagen we nergens boten of pontons, hoewel wij er steeds naar uitkeken. Vrij snel bereikten we kort vóór Valburg het hoofdkwartier van de Britse 43e Divisie. De militaire politie leidde ons naar een grote tent op een weide. Voor de tent stond een tiental Britse Generaals en Brigadegeneraals, alsof ze op ons wachtten. Sosabowski meldde zich bij Generaal Horrocks. Onmiddellijk merkte ik op dat de begroeting zeer formeel was. Horrocks vroeg Sosabowski om de tent binnen te gaan. De conferentie zou meteen beginnen. Sosabowski vroeg of hij zijn adjudant als tolk in de conferentie kon meenemen. Onmiddellijk antwoordde Horrocks, "Oh nee, dat is niet nodig. U spreekt goed Engels. Vanochtend heb ik toch nog ik met u gesproken". Opnieuw drong Sosabowski aan. Op de conferentie zal over belangrijke zaken worden beslist en mogelijk zal hij niet alles voldoende snel kunnen begrijpen. Horrocks negeerde het verzoek van Sosabowski en liep snel weg in de richting van de tent.

Tijdens vele conferenties en persoonlijke gesprekken was ik altijd de tolk van Sosabowski, en nooit werd mijn aanwezigheid overbodig geacht. Plots herinnerde ik me de koele begroeting door Horrocks. Ik was confuus over de onverschillige manier waarop hier een commandant die rechtstreeks uit de frontlinie aan de Rijn komt wordt ontvangen. Temeer was ik verbaasd omdat het Britse 30e Legerkorps al zes dagen geleden de Rijn had moeten bereiken en die vertraging blijkbaar van weinig belang was. Nog steeds begreep ik de reden van een dergelijke ontvangst niet. Ik vroeg me af waarom Horrocks geen andere Poolse officier bij de conferentie wilde hebben. Ik vond geen geruststellend antwoord. Dus ging ik naar Luitenant-Generaal Sir Frederick Browning die ik goed kende omdat ik altijd zijn besprekingen met Sosabowski vertaalde, en ik vroeg: "Sir, u kent mijn Generaal. Denkt u niet dat het beter zou zijn als ik tijdens de conferentie vertaal?" Generaal Browning die me altijd vriendelijk had behandeld, gaf geen antwoord. Hij knikte slechts en ging naar Horrocks. Horrocks kon een verzoek van Browning niet weigeren.

Toen wij in de tent binnengingen, hadden tot mijn verrassing alle Britse Generaals en Brigadegeneraals demonstratief hun stoelen aan één kant van de lange tafel. Alleen Generaal Sosabowski kreeg een stoel aan de andere kant van de tafel. Zelfs Overste Stevens, onze Britse verbindingsofficier, ging zitten aan de kant van de Britse officieren. Zonder twijfel was dit een afgesproken demonstratie tegen Sosabowski. Horrocks zat tegenover Sosabowski met naast zich Browning en Thomas, de commandant van de 43e Wessex Divisie. Generaal Sosabowski ging zitten en zei me om naast hem te gaan zitten. Toen Horrocks dat zag zei hij, "Nee, de Luitenant kan achter uw stoel staan". Ik begreep dit de reactie was van Horrocks nu hij aan het verzoek van Browning gehoor had moeten geven.

De voorgenomen twee crossings over de Rijn

De gehele conferentie zag er vreemd en onwerkelijk uit. Het leek niet op een vergadering van officieren van geallieerde legers. Het had meer van een zitting van een krijgsraad. Met aan één kant de rechters, en tegenover hen in zijn eentje de beklaagde. Luitenant-Generaal Horrocks opende de conferentie en verklaarde dat overeenkomstig de orders van Luitenant-Generaal Sir Miles Dempsey de bevelhebber van het 2e Britse Leger, er een sterk Brits bruggenhoofd aan de noordkant van de Rijn is gevormd. In lijn hiermee zullen er nog dezelfde avond twee eenheden de rivier oversteken. De commandant van de 43e Wessex Divisie Generaal-Majoor Thomas zal het bevel voeren over beide crossings. Waarop Luitenant-Generaal Horrocks het woord gaf aan Generaal Thomas.

Generaal Thomas stond op. Het contrast tussen hem en Generaal Sosabowski kon niet groter zijn. Net als de andere Britse officieren zag Generaal Thomas eruit als om door een ringetje te halen. Rode kraag patten, keurig gesteven en gestreken uniform en prachtig gepoetste laarzen. Generaal Sosabowski was vier dagen daarvoor geparachuteerd in Driel. Hoewel hij netjes geschoren was, zag hij er sjofel uit in zijn battledress. De hele tijd sinds hij uit Engeland vertrokken was had Sosabowski zijn battledress niet uitgehad. Elke nacht had hij maar een paar uur geslapen. Natuurlijk was hij vermoeid.

Generaal Thomas verklaarde dat er deze avond om tien uur twee crossings zijn. De belangrijkste oversteek zal door zijn 4e Bataljon Dorsets bij de aanlegsteiger van de veerboot Driel-Heveadorp worden uitgevoerd. Een paar uur later zou blijken dat niet een compleet Brits bataljon moest worden geofferd, maar slechts de helft van Dorsets de Rijn over moest. In feite ging minder dan de helft van Dorsets de rivier over. Maar dat wisten we toen nog niet. Generaal Thomas vervolgde zijn uitleg. De Dorsets nemen alle munitie en voedsel mee voor de 1ste Airborne Divisie aan de andere kant van de rivier. Na de Dorsets volgt op de zelfde plaats het 1e Poolse Bataljon Parachutisten. De resterende eenheden van de Poolse Brigade zullen ook de rivier oversteken, en wel om 22:00 uur op de plek waar andere Poolse eenheden de Rijn voorheen in de nacht waren overgestoken. Het commando voor beide crossings is in handen van Brigadegeneraal Walton, de bevelhebbende officier van de Britse 130e Infanterie Brigade. De boten zullen door de 43e Divisie worden geleverd. Daarmee beëindigde Generaal Thomas zijn uiteenzetting.

Ik was met stomheid geslagen door deze zo korte en oppervlakkige uitleg. Generaal Thomas gaf geen informatie die nodig was voor het organiseren van de crossings. Er was geen toelichting hoeveel boten er zouden komen, van welk type, hoeveel militairen in één boot gaan, wie hen zou roeien: de genisten of de parachutisten zelf. En vooral ontbrak wanneer de boten bij de oversteekplaatsen zullen aankomen. Niets over rookgordijnen. Geen woord of er artilleriesteun zal zijn, direct of indirect. Dekken de tanks de crossings met hun geschut, komt er vuursteun bij één of bij beide crossings? En in het bijzonder, wat gaat er later gebeuren? Wanneer begint het grote offensief om de troepen aan de overkant van de rivier te ontzetten? Niets werd gezegd over deze belangrijke vragen. Mogelijk was dat Horrocks deze informatie met Sosabowski deelde toen hij in Driel was. Maar dan zou de komst van Sosabowski naar Valburg onnodig zijn geweest.

Waarom Sosabowski naar Valburg moest komen

Op dat moment begreep ik deze vreemde conferentie. Het was geen operationele bespreking maar zuiver een formaliteit. Slechts bedoeld om Sosabowski te provoceren en te zorgen dat Sosabowski zou weigeren. De Britten wisten dat Sosabowski niet lichtzinnig met de levens van zijn mannen omsprong. Bij een enkele weigering van Sosabowski zou de conferentie direct kunnen worden beëindigd. Het complete falen van het Britse 30e Legerkorps zou dan eenvoudig de Polen in de schoenen worden geschoven. Ik had geen twijfel meer over het doel van de conferentie. Wat mij vooral raakte was de ruwe en onceremoniële wijze waarop ons 1e Bataljon Parachutisten onder het bevel van Sosabowski werd weggehaald. Thomas had dezelfde rang als Sosabowski en hij nam zonder enige verklaring een bataljon uit handen van Sosabowski. In zulke gevallen eist de Engelse hoffelijkheid dat met enige argumenten de directe schending van militaire routine wordt verklaard. Temeer omdat Thomas niet hoger in rang was dan Sosabowski. Thomas zou ten minste moeten zeggen: "Het is slechts voor de oversteek, of de militaire situatie eist het. Na de oversteek komt het bataljon weer onder uw bevel". Of woorden van gelijke strekking. Generaal Thomas deed dat niet en ik vroeg me af waarom hij dat niet deed. Elke Engelsman zou dat immers gedaan hebben.

De lezer dient te bedenken dat dit geen overdreven eis van militair fatsoen van de zijde van de Polen was. Een gelijkaardig incident had zes dagen eerder plaatsgevonden tussen de Brigadegeneraals Philip Hicks en Sir John Hackett van de 1st Airborne Divisie, ook langs de Rijn. In dat geval had Hackett sterk bezwaar gemaakt tegen het weghalen van een bataljon om het aan een andere brigade toe te voegen (1). Meer en meer was ik overtuigd dit een geplande actie tegen Generaal Sosabowski was.

Een tweede kwestie

Er was nog een andere ernstige kwestie. De zweefvliegtuigen van de Poolse Brigade landden met onze zware wapens samen met de 1st Airborne Divisie op de noordoever van de Rijn, een groot deel van één Pools bataljon was in de afgelopen twee nachten de Rijn overgestoken, en nu haalt Thomas een ander bataljon onder het bevel van Sosabowski weg. Er ontstond een nieuwe situatie. Sosabowski was fier op de Poolse Brigade waarover hij het bevel voerde. Hij had de Brigade gevormd en opgeleid. En nu bleef hem nog het bevel over één bataljon. Zelfs als alle eenheden van onze Brigade aan de andere kant van de rivier waren, zouden de Poolse parachutisten in direct gevecht met de Duitsers zo verspreid blijven onder de 1st Airborne Divisie, dat Sosabowski nooit zijn Brigade weer tot één gevechtseenheid zou kunnen samenvoegen. De slagkracht van de Polen zou versnipperd blijven tot de hele situatie grondig veranderd zou zijn. Ik kreeg de indruk dat de generaals van het 30e Legerkorps precies daar op aanstuurden.

Op dat ogenblik was ik er zeker van dat de generaals van het 30e Legerkorps verwachtten dat Sosabowski sterk bezwaar zou maken tegen de orders van Thomas. Zij konden dan aanvoeren dat de bekende onafhankelijke opstelling van Sosabowski en zijn kritische vragen verdere samenwerking blokkeerden en het onmogelijk maakte om efficiënte hulp te bieden aan de Britse parachutisten op de noordoever van de Rijn. Temeer omdat de Poolse Brigade de zuidoever van Rijn bezet hield.

De Britse generaals van het 30e Legerkorps droegen de last van de - naar hun mening - reeds verloren operatie. Zij wisten dat het in grote mate was veroorzaakt door hun omzichtigheid en hun traagheid van oprukken. Volgens de Operationele Richtlijn M 525 van Veldmaarschalk Sir Bernard Montgomery van 14 september moest, ongeacht wat er op de flanken gebeurde, de doorstoot naar het Noorden snel en hevig zijn en gericht op het in handen krijgen van de bruggen. Daarom deed Montgomery aan Generaal Browning de toezegging dat het Britse 2e Leger op de tweede dag van de operatie in Arnhem zal zijn (2). Ook Luitenant-Generaal Horrocks beloofde aan een hoge officier van de 1st Airborne Divisie dat het 30e Legerkorps bijna gelijktijdig met de 1st Airborne Divisie in Arnhem zal zijn. De mogelijkheid van tegenslag en mislukking negerend, zei Horrocks: "You'll be landing on the top of our heads" (3). Ook het aanvalsplan van het 30e Legerkorps bepaalde dat Arnhem op 19 september om 15:00 uur door het landleger zou worden bereikt (4). En nu was het zondag 24 september, de achtste dag van Market Garden en niet de beloofde tweede dag.

De orders aan Sosabowski

Generaal Thomas deelde eenvoudig mee dat Generaal Sosabowski, de bevelhebber van een elitebrigade, ondergeschikt werd aan Brigadegeneraal Walton, een jonge infanteriegeneraal. Ik realiseerde me dat dit een flagrante schending van militaire hiërarchie was. De onafhankelijkheid van onze Brigade was het meest gevoelige punt voor Sosabowski. De Britten weigerden om onze Brigade over te vliegen naar Polen voor inzet tijdens de Opstand van Warschau in augustus. Net als onze soldaten wist Sosabowski dat het niet goed ging in Warschau. Ik begreep dat hij een tweede provocatie niet zou accepteren. Ik koos ervoor om deze provocerende order niet te vertalen.

Generaal Sosabowski was, door het botweg onder zijn bevel weghalen van zijn 1e Bataljon, al zo geïrriteerd dat hij slechts naar mijn vertaling en niet meer naar de woorden van Generaal Thomas luisterde. Generaal Sosabowski hoorde eerst veel later over die tweede provocatie. Ik had geen kans om hem dat meteen na de conferentie te vertellen omdat hij toen de hele tijd met Generaal Browning samen was. Ook na de lunch was er geen tijd om hem over mijn incompleet vertalen in te lichten. Ik denk dat Sosabowski over die ondergeschiktheid aan Walton pas na de oorlog kennis nam. In geen van zijn drie boeken vermeldt hij het. De twee eerdere pogingen om onze Brigade ondergeschikt te maken beschreef hij in detail in al zijn boeken. Sosabowski protesteerde in beide gevallen onmiddellijk. De lezer dient te bedenken dat van alle Poolse eenheden – ruim 240.000 soldaten - die onder Brits bevel in het westen streden, onze Brigade de enige eenheid was met het uitsluitende doel om te strijden op Pools grondgebied.

Sosabowski's pleidooi voor een grote aanval

Ik was verrast door wat er gebeurde. Dit was de eerste maal in mijn lange ervaring dat ik een dergelijk gedrag van Britse officieren zag. Daarvoor had ik slechts hoffelijkheid, vriendelijkheid en altijd een correcte houding bij de Engelsen getroffen. Na de speech van Thomas viel er een korte stilte. Niemand wilde een vraag of stellen of iets zeggen. Toen stond Generaal Sosabowski op om te spreken. Ik vertaalde. Sosabowski begon met het beschrijven van de situatie op de noordoever van de Rijn. Al acht dagen vochten de Britse parachutisten geheel alleen. Zij hadden zware verliezen geleden, meer dan twee derde van hun gevechtssterkte en zij waren geen Divisie meer. Op een strook niemandsland van 300 meter aan de zuidzijde bij de rivier na waren de para’s omsingeld. Zij werden voortdurend aangevallen en beschoten met artillerie. Zij waren uitgeput en hadden gebrek aan alles, vooral aan munitie, voedsel, kleding en zelfs aan drinkwater. Daarom is directe hulp bitter nodig. Westerbouwing, de tientallen meters hoge oeverwal tegenover de veerstoep bij Driel, is bezet door sterke Duitse eenheden en vanuit deze positie, overheersen de Duitsers een groot gedeelte van de rivier. Daarom zou een oversteek op die plaats niet moeten worden geprobeerd. Bovendien zal een oversteek van slechts één Brits bataljon en de resterende eenheden van de Poolse Brigade de algemene situatie op de noordelijke rivieroever onvoldoende ten goede veranderen.

Opnieuw benadrukte Sosabowski dat een oversteek bij de veerstoep geen enkele kans van slagen heeft. Precies daar zijn de sterkste posities van de Duitsers. Generaal Urquhart kent het tactische belang van Westerbouwing en zonder twijfel probeert hij om die hoogte in te nemen. Wanneer zijn parachutisten daarin niet slagen, zal één bataljon dat bovendien van de andere rivieroever komt, zeker geen kans van slagen hebben. Maar de afgelopen dagen – zo ging Sosabowski voort – had hij zorgvuldig de Duitse posities op de noordoever geobserveerd en was hij tot de conclusie gekomen dat de Duitsers op dit moment geen reserves meer hadden, er geen versterkingen in Arnhem aankwamen, en zelfs een tekort aan munitie was. Poolse patrouilles en informatie van Nederlanders bevestigen dat er een paar mijl ten het westen van Westerbouwing geen sterke Duitse eenheden zijn. Slechts een rivieroversteek op drie of vier plaatsen tegelijk en meer naar het westen dan de plaats van het pontveer kan slagen. Ook zal alleen een krachtige aanval door een gehele Divisie samen met de resterende eenheden van de Poolse Brigade de situatie op de noordoever van de Rijn veranderen.

Aan het eind van zijn pleidooi benadrukte Sosabowski nogmaals dat gelijktijdige crossings op vier plaatsen meer naar het westen een succesvolle oversteek op tenminste twee of drie plaatsen zal opleveren. Als u echter een dergelijke rivieroversteek op grote schaal niet kunt of wilt realiseren – zo voegt hij toe - dan is de enige optie de terugtrekking van de parachutisten van de noordoever. Natuurlijk overwoog Generaal Sosabowski absoluut geen terugtrekking van de noordelijke Rijnoever. Dat zou de mislukking van de gehele Market Garden operatie betekenen. Hij wilde echter dat de Generaals van het Britse 30e Legerkorps zich realiseerden dat er buiten zijn voorstel geen alternatief is. Sprekend over zijn 1e Bataljon parachutisten, meldde Sosabowski slechts dat hij als brigadebevelhebber het beste kan bepalen welke van zijn bataljons de rivier met Dorsets moeten oversteken. Het lot van een van zijn bataljons werd op dat moment voor hem ondergeschikt aan zijn doel om niet nog eens een belangrijke slag met de Duitsers te verliezen. Weer eens toonde Sosabowski dat hij grote militaire belangen kon afwegen en dat voor hem slechts één zaak van belang was: dat Arnhem op de Duitsers werd veroverd.

De orders van Generaal-Majoor Thomas

Zonder enige aarzeling stond Generaal Thomas op. Terwijl hij de argumenten en het voorstel van Sosabowski compleet negeerde, verklaarde Generaal Thomas dat crossings om 22:00 uur beginnen zoals door hem bevolen. De boten zullen beschikbaar zijn, en de orders moeten worden uitgevoerd. Ik vertaalde deze hooghartige mededeling. Op dat moment kon Sosabowski niet langer kalm blijven. Hij stond op en nam zelf het woord in het Engels. Zijn Engels verbeterde in gelijke tred met zijn woede. Bij nagenoeg alle luchtlandingsoperaties die de Britten voorafgaand aan Market Garden planden, had Sosabowski de Britse officieren gewaarschuwd om de Duitsers niet te onderschatten. Wetende dat zijn analyse juist was en dat zijn plan om de Rijn op meerdere plaatsen tegelijk over te steken uitvoerbaar was, was juist hij het die de jongere Britse generaals ervan probeerde te overtuigen dat Market Garden nog kon worden gewonnen.

De gedachte nogmaals door de Duitsers te worden verslagen, juist in deze fase van de oorlog, met aan geallieerde zijde een overwicht aan artillerie, tanks en vliegtuigen, was voor hem als beroepsofficier ondragelijk. Onder alle aanwezige generaals was hij veruit de meest ervaren commandant. Reeds vóór de oorlog was hij professor aan de Militaire Academie in Warschau geweest, en ook vóór de oorlog reeds voerde hij het bevel over Poolse regimenten, terwijl Generaal Horrocks, de bevelhebber van het 30e Legerkorps, in mei 1940 bij Duinkerken het bevel voerde over een bataljon. Het compleet negeren van zijn op kennis en ervaring gebaseerde analyse kwetste Sosabowski diep.

Sosabowski's miltaire analyse wordt genegeerd

Generaal Sosabowski wilde tot elke prijs de generaals van het 30e Legerkorps ervan overtuigen dat Arnhem kon worden veroverd. Hij gaf nooit gemakkelijk zijn plannen op. Aangezien Horrocks en Thomas koppig aan hun vooraf uitgedachte plan vasthielden en pertinent weigerden om het voorstel van Sosabowski zelfs maar in overweging te nemen, besloot hij hen te shockeren.

Weer stond Sosabowski op en zei: "The crossing at the ferry-site can not meet with success. You won't gain anything by this way. You will only sacrifice your soldiers. Moreover, only one battalion will not change the situation". Thomas probeerde hem te onderbreken. Sosabowski verloor zijn kalmte en voegde woedend toe: "But remember that since eight days and nights not only Polish soldiers but also the best sons of England are dying there in vain, for no effect."

Op dat moment kwam Horrocks Generaal Thomas te hulp. Terwijl hij zowel Sosabowski als Thomas in de rede viel, riep hij: ‘The conference is over.

'The orders given by General Thomas will be carried out’. En terwijl hij zich omdraaide naar Sosabowski, voegde hij toe: "And if you, General, do not want to carry out the orders given to you, we shall find another commander for the Polish Para Brigade, who will carry out our orders " (5).

Op dat ogenblik betreurde ik het dat Sosabowski me niet had toegestaan om te vertalen. Maar ik begreep hem. Hij wist dat mijn meer diplomatieke manier van vertalen geen enkel effect zou hebben gehad, en hier ging het om de levens van militairen. Dit was uiterst belangrijk voor Sosabowski. Hij had een groot gevoel van verantwoordelijkheid voor het leven van soldaten.

Ik realiseerde me dat deze conferentie gevolgen voor onze Poolse Brigade zal hebben, en vooral ook voor Generaal Sosabowski. Toen Sosabowski de tent uitliep, zag hij Generaal Thomas instructies geven voor onze Brigade aan Overste Stevens, onze Britse verbindingsofficier. Sosabowski ging naar hen toe, maar Thomas negeerde hem volledig. Nadat Generaal Thomas zijn orders aan Stevens gegeven had, liep hij weg zonder Sosabowski een hand te geven, of zelfs maar een korte hoofdknik.

De lunch met Luitenant-Generaal Sir Frederick Browning

Generaal Browning, die tijdens de gehele conferentie geen woord gezegd had, kwam naar Sosabowski toe en nodigde hem uit voor de lunch in Nijmegen. Na het incident met Generaal Thomas, was Sosabowski aangenaam verrast met de uitnodiging van Browning, vooral omdat hij nog hoop had om Generaal Browning te overtuigen van zijn plan voor een rivieroversteek op grote schaal. In Nijmegen ging Browning met Sosabowski naar hun mess nadat zij mij bij de mess voor de jongere officieren hadden afgezet. Generaal Sosabowski zei me dat hij me na de lunch zal ophalen om terug te gaan naar Driel.

Na een meer dan uur kwam Sosabowski in een nieuwe stafauto terug. Het viel me op dat hij tamelijk gespannen was en even later vertelde hij me dat een grote oversteek van de Rijn onmogelijk is omdat er niet voldoende boten ter beschikking zijn. Met een grimmig genoegen vertelde hij me dat hij Browning had gezegd wat hij van deze achteloosheid vond. Hij had Generaal Browning gezegd dat een Poolse officier, als hij met zijn eenheid slechts één rivier over moest, laat staan zes grote waterhindernissen, zeker niet zou vergeten om boten met zijn eenheid mee te nemen. En wat deed Luitenant-Generaal Horrocks, en al zijn generaals en hun gehele staf? Hier in Nijmegen waren er honderden vrachtwagens, zelfs rode kruiswagens waren aangekomen, maar geen vrachtwagens met boten. Vergaten alle generaals de boten?

Terug naar de Rijn

Voor Sosabowski was deze wetenschap uiterst bitter aangezien hij nu begreep dat de grote verliezen die onze Brigade leed tijdens onze crossings te danken was aan het ontbreken van boten. Boten die het Britse landleger aan ons zou leveren. De achteloosheid van Horrocks en zijn generaals kon Sosabowski niet begrijpen. Hun onnadenkendheid gaf de Duitsers de kans om hun vuur te concentreren op het kleine aantal boten dat wij van de 43e Wessex Divisie hadden ontvangen.

De hele gang van zaken verontrustte mij bijzonder. Generaal Horrocks was een hechte vriend van Generaal Browning. Bovendien realiseerde ik me dat de generaals van het 30e Legerkorps niet zullen vergeten dat op de Valburg conferentie Sosabowski hun tegenzin om een grotere inspanning te leveren om de 1st Airborne Divisie te hulp te komen aan de kaak stelde. Ik wist dat Generaal Sosabowski zijn laatste vriend onder het Britse Generaals had verloren, niemand zou het nog voor hem opnemen. Ik kende de Britse mentaliteit en ik achtte het noodzakelijk om Generaal Sosabowski te waarschuwen voor de consequenties die zeker zouden komen. Misschien deed ik het in te directe bewoordingen. De voorbije dagen hadden veel van ons allemaal geëist. Generaal Sosabowski, die wist dat hij het bij het rechte eind had en correct was opgetreden, die wist dat hij geen fouten had begaan, reageerde alsof ik buiten mijn boekje ging. Hij was zeer verontwaardigd over mijn openhartige waarschuwing. Sinds die dag riep hij me niet meer bij zich (6).

Voetnoten

(1) De gehele literatuur over Market Garden schildert in detail de onenigheid tussen de twee Britse brigadegeneraals. Sir John Hackett werd slechts gekalmeerd toen Philip Hicks één van zijn bataljons naar de brigade van Hackett overbracht. De onenigheid tussen Thomas en Sosabowski wordt slechts door één Britse auteur vermeld.

(2) Zie R.E. Urquhart, ‘Arnhem’, Londen, 1958, pagina 4.

(3) Zie C. Hibbert, ‘The Battle of Arnhem’, Londen-Glasgow 1962/1975, pagina 46.

(4) Zie G. Powell, ‘The Devil's Birthday’, pagina 87.

(5) Geoffrey Powell schrift in zijn boek ‘The Devil's Birthday’: "During the battle Horrocks looked far from fit. Was he perhaps suffering from one of his periodic bouts of illness, the legacy of his North African wounds?... It is hard to offer any explanation other than ill health for Horrocks's failure to exercise greater pressure on his divisions at such a time of crisis."

(6) In Sosabowski’s laatste boek "The Road Leads Over Fallows", haalt hij mijn waarschuwing aan, als volgt: "No in vain, my intelligent and experienced former adjutant Captain Dyrda, told me: ‘Sir, if in connection with the operation the smallest starting point to accuse you that you are guilty for the failure of the operation will be found, it seems to me, you will be court-martialed".

Pagina uit het boek "Market Garden" dat over de Conferentie van Valburg gaat: klik hier

De gevolgen voor Sosabowski

Op verzoek van de Britten heeft de Poolse President Raczkiewicz op 9 december 1944 het bevel over de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade aan Generaal Sosabowski ontnomen. Een brigade die Sosabowski had gevormd en opgeleid met als doel de strijd voor Polen op Pools grondgebied en waarover hij het bevel had gevoerd in de strijd om Arnhem. De grote tragiek is dat de Brigade vocht voor de bevrijding van Nederland terwijl in dezelfde periode in Warschau de Poolse opstandelingen die voor de bevrijding van hun land vochten door de Duitsers werden afgeslacht. De Opstand van Warschau duurde van 1 augustus 1944 tot 2 oktober 1944.

Bronnen: wikipedia

Terug naar de Slag bij Arnhem

OUD-ALBLAS - Als jongetje van 7 maakte Wim Gerritsen uit Oud-Alblas de Slag bij Arnhem in de Tweede Wereldoorlog van dichtbij mee. Een terugblik, in het kader van dodenherdenking en bevrijdingsdag.

Elke keer, als op 4 mei de gesneuvelden worden herdacht, gaan zijn gedachten terug naar die tijd. “Dan denk ik altijd weer aan die spannende dagen in 1944”, zegt de 70-jarige emeritus predikant (of ander gezegd, dominee met pensioen) Wim Gerritsen. “Wij woonden een flink eind buiten het dorp Valburg, in het gebied tussen de Rijn en de Waal, ten zuiden van Arnhem. Tot aan het laatste oorlogsjaar verliep alles vrij rustig voor ons. De enige confrontatie met de Duitsers was als ik met mijn vader over de dijk fietste en we werden aanhouden door een wachtpost om het persoonsbewijs te controleren. Een heel enkele keer kwam er wel eens een groepje Duitse soldaten bij ons op de boerderij. Nou zaten mijn ouders daar niet echt op te wachten, want we hadden een Joodse onderduiker in huis. Ik weet dat ik, zo jong als ik was, instinctmatig aanvoelde dat de Duitse bezetter geen vriend was. Ik heb zelfs wel eens een stuk chocolade geweigerd dat een Duitser mij voorhield. Terwijl dat toen toch een zeldzame lekkernij was voor een jongetje van 7.”

Vliegtuigen

De dag dat de familie Gerritsen ineens middenin de oorlog zat, herinnert de inwoner van Oud-Alblas zich nog heel goed. “Het was op zondag 17 september. In het noorden verschenen ineens vliegtuigen aan de blauwe lucht. Overal waar je kijken kon zag je ze en je hoorde het indringende monotone gebrom van de motoren. Plotseling was de hemel vol parachutisten. Verderop zag je op de weilanden gliders landen, zweefvliegtuigen waarin jeeps, afweergeschut en ander groot materieel zat. Tegen de avond werd het pas rustig. Dat bleef een paar dagen zo. Toen kwamen de Engelsen die in Brabant waren geland en oprukten richting Arnhem. Ik hoefde allang niet meer naar school omdat het veel te gevaarlijk was geworden en vond het prachtig om al die militairen te zien.” De rust op onze afgelegen boerderij was voorbij. “In de eerste plaats omdat vluchtelingen uit andere dorpen, waar hevig werd gevochten tussen Engelsen en Duitsers, bij ons hun toevlucht zochten. Maar we kregen ook zeventig Engelse militairen ingekwartierd. Op het erf werd afweergeschut geplaatst, hoewel de Duitsers in de lucht geen bedreiging meer vormden. Ik zie nog hoe mijn moeder regelmatig in zo’n grote wasteil soep stond te koken. Eten was er voldoende. Om de haverklap werd er een koe getroffen door een verdwaalde kogel en was er weer een noodslachting.”

De kleine Wim kreeg voor het eerst wittebrood te eten dat de Engelsen meebrachten. En chocolade, want dit keer stak hij maar al te graag zijn handje uit als een van de soldaten zo’n heerlijk reep in de lucht hield. Op 1 oktober begonnen de Duitsers aan een tegenoffensief en vond er een grote tankslag plaats bij Elst. “Wij hoorden in de verte het ontploffen van de granaten en zijn toen gevlucht naar Slijk-Eeuwijk, een plaatsje aan de noordkant van de Waal. Die beelden vergeet je nooit. Ik zat bij mijn moeder achterop de fiets en regelmatig moesten we van de weg af de sloot in duiken. Ik zie me nog liggen met zo’n draaiend fietswiel boven mijn hoofd. Op een gegeven moment kwam er een tank terugrijden vanaf het front. Voorop die tank zat een grote man, helemaal onder het bloed. Een zwarte man. Voor het eerst van mijn leven zag ik een neger.”

Evacueren

Na een paar dagen keerde het gezin Gerritsen terug naar huis. Dat was maar van korte duur. De geallieerden wilden het gebied helemaal onder water zetten. Dus ze moesten evacueren. Eerst naar Nijmegen, waar ze in een klooster werden opgevangen en waar Engelse verpleegsters met grote DDT-spuiten de luizen te lijf gingen. “Nijmegen was niet het eindpunt”, vervolgt Wim Gerritsen. “Men had besloten dat de mensen uit Valburg geëvacueerd zouden worden naar het Belgische Gerardsbergen. Gelukkig hadden wij mijn oma bij ons. Die was zo oud dat een reis naar België niet verantwoord was. Daarom werd ons gezin - ik was trouwens het enige kind - met oma bij een familie in Tilburg ondergebracht. Daar zijn we maanden gebleven. Ik heb toen ook koningin Wilhelmina gezien die in een villa in Breda verbleef.”

Zo werd het begin mei. De Duitsers capituleerden. “Maar we mochten nog altijd niet terug naar huis. Men was bang dat er in het gebied rond ons dorp teveel mijnen zouden liggen. Dat moest eerst uitgebreid onderzocht worden. Pas op 29 mei kregen we toestemming om terug naar huis te gaan. Het was een trieste aanblik. Ons huis stond er nog, maar daar had je dan ook alles mee gezegd. Geen ramen er meer in. Overal kogelgaten. Waarschijnlijk ook gewoon door geallieerden afgevuurd die ons huis als onderkomen hadden gebruikt. Veel huisraad was vernield. Het was een enorme bende.”

Toekomst

Het zou nog heel lang duren voor alle mensen uit Valburg de draad weer een beetje konden oppakken en gewoon met dagelijkse dingen bezig konden zijn. Ook vader, moeder en zoon Wim Gerritsen waren in die eerste maanden na de bevrijding aangewezen op hulpverlening. Het kwam desondanks allemaal goed. Ook Wim begon aan een nieuwe toekomst. Hij had immers nog een heel leven voor zich. Maar vergeten deed hij nooit. Vooral op 4 en 5 mei beleeft hij in gedachten die dagen opnieuw. Een bewogen periode in het leven van een jongetje van 7 jaar.

Bron: Geurt Mouthaan | © Het Kontakt Edities BV

Welkome stukken roest

Sinds ik me bezig houd met de WO2 geschiedenis van de Betuwe, ben ik op zoek naar fotomateriaal en tastbaar bewijs die hiermee te maken hebben. Specifiek zoek ik foto’s van het vliegveldje in Slijk-Ewijk, de uitkijkpost bij de Hoge Brug en van Amerikaanse Militairen tijdens en na Market Garden. Maar waar vind je die? Waar moet je zoeken of wie weet hier meer van? Kennis en gegevens haal je uit boeken en bijvoorbeeld uit het archief van een Historische vereniging. Wat er verder in de boeken staat gaat maar summier over onze dorpen. Op een enkel hoogtepunt of bijzondere gebeurtenis na wordt je hier niet veel wijzer van. Maar als je alle verhalen moet geloven heeft zich hier toch het e.e.a. plaatsgevonden, zijn hier honderden manschappen gehuisvest geweest, heeft alles vol gestaan met tanks, artillerie en tentenkampen. Maar hier staat niets van vermeld in al het naslagwerk en is het zoeken naar bewijs lastig. Daarom zoek je contacten en doe je oproepen in dagbladen en ga zo maar door, in de hoop dat er iemand reageert.

En gelukkig reageert er wel eens iemand. Zo heb ik contact gekregen met Stef Spaan uit Grave. Deze heeft destijds gewoond in het veld langs de Slijk-Ewijksestraat in Valburg (thans Reethsestraat) Hij heeft eens omschreven wat hij zoal heeft meegemaakt tijdens WO2. Bijvoorbeeld dat hij eens meegevlogen heeft met een vliegtuigje van de geallieerden en dat bij hen in de boomgaard militairen (Amerikanen) zaten ingekwartierd. Maar foto’s heeft hij niet. Op internet vind je ook wel eens wat. Zo zijn er rapporten bekend van Engelse Medische posten in Valburg, met coördinaten dus de locaties zijn redelijk traceerbaar, maar er is nog steeds geen tastbaar bewijs.

Ook zijn er verhalen bekend van burgers uit de buurt die in zo’n militair hospitaal gelegen hebben. Derk van Rien is er aan zijn been geholpen, mevrouw Hage is hier geholpen en zo zullen er nog meer zijn. Maar nog steeds geen bewijs.

Ook is er een lijst met alle Amerikaanse slachtoffers in de Betuwe. Deze heb ik van mensen van de Stichting Never Forget Them, zij organiseren herdenkingen bij monumenten in de Betuwe. Op deze lijst staan o.a. twee Amerikanen die omgekomen zijn in Valburg.

Je kennissenkring op dit gebied wordt ondertussen steeds groter of je komt bekenden tegen waarvan je van elkaar niet wist dat je dezelfde interesses hebt of elkanders interesse niet eerder kende. Zo liep ik Ton Timmer tegen het lijf tijdens een lezing. "Wat doe jij hier?" en van het een komt het ander. Ton, bij ieder wel bekend als 'die' fotograaf, stuurde me een paar foto’s waar ik misschien wat aan had. En warempel, daar zijn ze...

Een foto van een Amerikaans Hospitaal in een veld met op de achtergrond een woonhuis met een rond raam boven in de topgevel, die moet te traceren zijn en lijkt op het huis van (voorheen) Spijers aan de Slijk Ewijksestraat. Direct er naartoe gereden, verdorrie, geen rond raam. Toch maar eens naar de achterkant gaan kijken en dan zie je het, exact als op de foto de bewuste gevel. Dan krijg je wel even een heel apart gevoel en kun je bijna niet geloven dat dit waar is.

Foto 1: Militair (Amerikaans) Hospitaal in Valburg met op achtergrond huis Spijers

Foto 01

Hierna direct contact opgenomen met de heer Spaan met de mededeling voor hem interessante foto’s te hebben, een afspraak direct gemaakt en op een mooie zondagochtend kwam hij hier op aan. Vanaf de straatkant samen met hem (en zijn hondje) de foto eens bekeken en direct het veld in gegaan om de exacte locatie van het hospitaal te bepalen. Stef concludeerde dat de foto vanuit de plek was genomen waar in die tijd hun huis had gestaan. “Hoe zag dat huis eruit dan?”, vroeg ik hierop. “Nou, zo en zo met een schuur ernaast, maar hier heb ik geen foto van!”.

Hierop hem een tweede foto laten zien, waarschijnlijk genomen in tegengestelde richting dan de andere. Weer tenten en ook hier is op de achtergrond bebouwing te zien. Deze werd door Stef direct herkend als hun oude woonhuis. En hier werd hij op zijn beurt weer stil van. Een oude kaart erbij waar het huis nog op aangegeven staat en het moet en kan niet anders dat dit het huis ook daadwerkelijk is. Prachtig wat zo’n foto kan betekenen.

Foto 2: foto in andere richting met op achtergrond huis Spaan

Foto 02

Dan ga je verder zoeken. Waartoe behoorde dit hospitaal en wie zijn deze militairen. Hiervoor contact opgenomen met Mark Bando. Dit is een historicus in Amerika die zich specialiseert op de 101st Airborne, de betreffende Divisie welke zich in de Betuwe bevond tijdens Market Garden. Hij kon geen nadere info verstrekken maar tipte om eens te gaan speuren naar medische verslagen of rapporten. Dit bracht me op het idee om de slachtofferlijst nog eens goed te bekijken, misschien staat hier meer info op. En ja hoor, de compagnie waartoe de twee omgekomen militairen behoorden waren hetzelfde. Dit betekent haast dat deze samen zijn omgekomen en verhalen gaan de rondte dat er granaten zijn gevallen op een hospitaal en dat er slachtoffers zijn gevallen. De twee namen en de sterfdatum en het verhaal van een granaataanval doorgespeeld naar Mark Bando. Deze reageerde verheugd. Hij heeft weer een foto van twee maten die ergens in de Betuwe samen moeten zijn omgekomen waarvan er een medisch was. In twee van zijn boeken doet hij een oproep bij deze foto met de vraag wie dit zijn. En nu komt zo’n hobbyist ineens met het antwoord. E.e.a. is na te zien op de site van Mark “trigger time”. Mooi hoe zoiets kan lopen.

Foto 3: foto in trigger time

Foto 03

De twee militairen zijn waarschijnlijk Joaquin Hernandez en Edwin J. Prezikowski. Joaquin en Edwin behoorden tot het 506e parachute regiment. Deze had eind november als taak een gedeelte van de dijk bij Heteren en Driel te bewaken. Het hoofdkwartier van de 506e bevond zich op Landgoed Schoonderlogt net buiten Valburg. Het is heel verklaarbaar dat het bijbehorend hospitaal zich iets teruggetrokken bevond en dus net aan de andere kant van het dorp.

Joaquin en Edwin zijn omgekomen op maandag 20 november 1944 en liggen begraven respectievelijk op Margraten en in Amerika. Saillant detail is dat de Amerikanen eind november zijn vertrokken uit Nederland. Beide behoren hierdoor tot de laatste slachtoffers van de in totaal bijna 900 in Nederland tijdens WO2 omgekomen Amerikanen van de 101ste Divisie. Beiden heren zijn niet ouder geworden dan 21 jaar jong.

Foto 4: Margraten

Foto 04

Bijzonder wat je allemaal aan gegevens bij elkaar kunt vinden, voor mij bijna een afgerond verhaal. Maar één ding ontbreekt nog, het tastbare bewijs.
Het toeval wil dat de boomkweker, welke een gedeelte van het terrein had beplant, het veld ging bewerken en egaliseren. En wat schetst de verbazing. Tijdens deze werkzaamheden zijn restanten van het bivak naar boven gekomen. Een aantal lege munitiekisten waren tussen de machines gekomen en door de loonwerker aan de rand van het veld verzameld. Mooi zijn ze niet meer en eigenlijk niet meer dan lelijke stukken roest. Maar samen met het verhaal er achter en als tastbaar bewijs hiervan zijn dit wel hele welkome stukken roest.

Foto 5: welkome stukken roest

Foto 05